Begraafplaats Op de Berg, kerkhofreglement

Uit Parwiki

Ga naar: navigatie, zoeken

Reglement van de R.K. begraafplaats, "Op de Berg" te Elsloo.

Inhoud

1 Algemene bepalingen

Begripsaanduidingen

Artikel 1
In dit Reglement wordt verstaan onder:

  • a. bestuur: het Kerkbestuur van de R.K. parochie H. Augustinus te Elsloo, adres Paulus Potterstraat 25, 6181 AX Elsloo, 046-4376557, , eigenaresse van de begraafplaats.
  • b. begraafplaats: het terrein bestemd voor het begraven van overledenen en voor het begraven of bijzetten van asbussen van overledenen, geheten "R.K. Kerkhof", gelegen aan Op de Berg te Elsloo.
  • c. beheerder: degene die door het bestuur is belast met de dagelijkse leiding en het beheer van de begraafplaats.
  • d. eigen (urnen-)graf: een ruimte op de begraafplaats, bestemd voor het begraven van een of meer overledenen of hun asbussen, waarvan het gebruiksrecht voor de duur van 20 jaar is verleend aan één rechthebbende volgens de voorwaarden van dit reglement, welk recht kan worden verlengd.
  • e. rechthebbende: de meerderjarige persoon aan wie het recht op een eigen (urnen-)graf is verleend.
  • h. grafrechten: het recht op een eigen (urnen-)graf en het recht op bewaring van een asbus in de urnenbewaarplaats alsmede het gebruiksrecht in een algemeen (urnen)graf.
  • i. bijzetting:
  • 1. het begraven van een overledene in een graf waarin reeds een overledene is begraven;
  • 2. het begraven van een asbus/urn in een graf waarin reeds een overledene of een asbus/urn is begraven;
  • 3. het plaatsen van een urn op een graf, waarin reeds een overledene of een asbus/urn is begraven;
  • 4. het plaatsen van een asbus/urn in een urnenbewaarplaats.
  • j. asbus: hermetisch afgesloten koker met de as van de overledene, waarop diens naam en voorletters, alsmede een registratienummer in onuitwisbare letters en cijfers staan vermeld.
  • k. urn: voorwerp waarin een of meer asbussen zijn opgeborgen. De bepalingen voor asbussen in dit Reglement gelden ook voor urnen.
  • l. urnen-bewaarplaats: voorziening op de begraafplaats waarin asbussen of urnen in een onverbrekelijk afgesloten ruimte dan wel hecht aan de plaats van bijzetting verbonden worden opgeborgen.

Bestuur

Artikel 2
Het bestuur is gebonden aan het Algemeen Reglement voor het bestuur van een parochie van de Rooms Katholieke Kerk in Nederland en terzake van het beheer van de begraafplaats bovendien aan dit Reglement.

Beheerder

Artikel 3
het bestuur kan een van zijn leden of een andere persoon, in dit reglement te noemen de beheerder, belasten met de dagelijkse leiding en het beheer van de begraafplaats.
De beheerder is bevoegd om namens het bestuur opdrachten te verlenen, het beheer van de begraafplaats betreffende en om namens het bestuur grafrechten te verlenen.

Bescheiden vóór een begraving

Artikel 4
Voor de begraving dient het verlof tot begraving en tot de bezorging van de as te worden getoond.
De voor de begraving en bewaring van een asbus noodzakelijke bescheiden, zoals de grafakte en de kwitantie van betaling van de verschuldigde rechten of een deugdelijk bewijs van begraving of bewaring van een asbus voor rekening van derden en de eventuele autorisatie van de rechthebbende moeten vóór de begraving c.q. bewaring aan de beheerder worden overlegd.

De begraving en de bewaring van een asbus

Artikel 5

  • 1. Een begraving of de bewaring van een asbus geschiedt op een dag en uur, met de beheerder tevoren overeen te komen en volgens aanwijzing van de beheerder.
  • 2. De lijkkist, dan wel het omhulsel en de asbus moeten zijn voorzien van een registratienummer. Dit registratienummer moet worden opgenomen in de administratie van de begraafplaats.

Werkzaamheden op de begraafplaats

Artikel 6

  • 1. Het delven en dichten van graven, het openen van een graf, het opdelven van stoffelijke resten en het bijzetten van asbussen geschieden uitsluitend door het personeel van de begraafplaats of, in opdracht van het bestuur, door derden.
  • 2. Het bestuur geeft aan hen, die door de rechthebbenden zijn belast met de bouw, de aanleg of het onderhoud van de graftekens en/of beplantingen gelegenheid om hun werkzaamheden te verrichten op tijden dat de begraafplaats daarvoor geopend is. Zij volgen hierbij de aanwijzigingen van de beheerder.
  • 3. Geen werkzaamheden mogen worden verricht op zon- en feestdagen en tijdens begravingen.
  • 4. Iedere dag dienen gereedschappen, afkomende materialen en hulpmaterialen te worden meegenomen of te worden geplaatst of gestort volgens aanwijzigingen van de beheerder.

Bezoekers

Artikel 7
Het bestuur bepaalt de tijden, waarop de begraafplaats voor bezoekers toegankelijk is. De begraafplaats is voor auto's en voor fietsen (al dan niet met hulpmotor) gesloten. De beheerder kan voor mindervaliden uitzondering toestaan. Honden worden alleen aangelijnd op de begraafplaats toegelaten.
Bezoekers worden verzocht luidruchtigheid te vermijden.
Voor het houden van dodenherdenkingen of de plechtige onthulling van een grafteken moet tevoren schriftelijk toestemming zijn verkregen van het bestuur.

Administratie

Artikel 8

  • 1. Het bestuur is verantwoordelijk voor de wettelijke verplichting tot het voeren van de administratie van de begraafplaats. De administratie bevat in ieder geval een register van de overledenen met vermelding van hun registratienummer en aanduiding van de plaats op de begraafplaats waar zij begraven zijn, alsmede eed dergelijk register van de bewaarde asbussen. Deze registers zijn openbaar. Daarnaast bestaat er het nabestaanden bestand grafrechten, waarin de namen en adressen van alle rechthebbenden worden geregistreerd.
  • 2. Het boekjaar van de begraafplaats loopt van 1 januari tot en met 31 december. Alle rechten, verleend in het eerste halfjaar worden geacht te zijn verleend per 1 januari daaraan voorafgaand. Alle rechten verleend in het tweede halfjaar worden geacht te zijn verleend per 1 januari daaropvolgend.

2 Het vestigen van grafrechten

Schriftelijke overeenkomst

Artikel 9
Een grafrecht wordt gevestigd door een schriftelijke overeenkomst met het bestuur, genaamd grafakte.

Uitgifte van graven

Artikel 10
De graven van een gravenveld worden in volgorde, door de beheerder te bepalen, uitgegeven. Het is echter mogelijk een bepaalde grafruimte te reserveren via een aparte overeenkomst met de beheerder.

Recht op eigen (urnen-)graf

Artikel 11
Het bestuur kan aan één meerderjarig persoon het uitsluitend recht verlenen om voor twintig jaren gebruik te maken van een bepaalde (urnen-)grafruimte, ten behoeve van hemzelf, de echtgenoot, pleeg- of stiefkind of bloed- of aanverwant tot en met de vierde graad. Dit recht wordt verleend onder de voorwaarden, in dit reglement gesteld of door het bestuur later te stellen. In ieder geval moet betaling op grond van artikel 44 (39) van dit reglement zijn geschied en moet bij de rechtsverkrijging schriftelijk worden ingestemd met het ruimen van het graf (artikel 41) wanneer dit recht, door welke oorzaak dan ook, geëindigd is.

Adres rechthebbende

Artikel 12
De rechthebbende zijn verplicht hun adres aan het bestuur op te geven, alsmede de wijziging van hun adres.

Overlijden rechthebbende

Artikel 13
Na overlijden van een rechthebbende moeten de rechtverkrijgenden één persoon aanwijzen, die als rechthebbende zal optreden. Deze persoon moet met vermelding van zijn adres aan het bestuur schriftelijk worden bekend gemaakt, binnen één jaar na bedoeld overlijden. Wanneer na één jaar na bedoeld overlijden geen aanwijzing, zoals hierboven omschreven, heeft plaatsgevonden en aan het bestuur is gemeld, vervalt het verleende grafrecht. Er bestaat dan geen recht op evenredige terugbetaling.

Overdracht grafrecht

Artikel 14

Een rechthebbende kan zijn rechten aan een ander persoon overdragen, wanneer dit schriftelijk geschiedt en een afschrift van deze overdracht met vermelding van het adres van de rechtsopvolger, door de rechthebbende aan het bestuur is toegezonden.
Overdracht aan een ander dan de echtgenoot, pleeg- of stiefkind of een bloed- of aanverwant tot en met de vierde graad van de rechthebbende is slechts mogelijk, indien daarvoor gewichtige redenen bestaan naar het oordeel van het bestuur.

Weigering tot begraving of bijzetting

Artikel 15
Het bestuur behoudt zich het recht voor, ook nadat grafrechten zijn verleend, om canonieke redenen begraving van een overledene en met name de bijzetting in een dubbel graf, een familiegraf te weigeren, onder teruggave van de reeds betaalde rechten, of alleen de begraving op een bepaald gedeelte van de begraafplaats toe te staan.

Ontbindende voorwaarden grafrechten

Artikel 16
Het bestuur verleent grafrechten uitdrukkelijk voor de tijd, gedurende welke het terreingedeelte, waarin zich de (urnen-)graven bevinden, tot de begraafplaats blijft behoren en voor de tijd dat de begraafplaats in exploitatie blijft. Aan de toegekende grafrechten kan geen titel ontleend worden zich te verzetten tegen de bestemmingsverandering van (een gedeelte van) de begraafplaats of tegen de voorgenomen sluiting of gesloten verklaring van de begraafplaats.

3 Het verlengen van grafrechten

Schriftelijk informeren van de rechthebbende

Artikel 17

  • 1. Het bestuur zal uiterlijk één jaar voor het verstrijken van een termijn, waarvoor grafrechten zijn verleend en die kunnen worden verlengd, de rechthebbende schriftelijk attenderen op het termineren van de grafrechten en de voorwaarden bekend maken, waaronder deze kunnen worden verlengd voor de termijn van tien jaar.
  • 2. Indien het adres van de rechthebbende onjuist of onbekend is zal getracht worden het adres te achterhalen bij de afdeling Bevolking van het gemeentehuis.
  • 3. Indien het adres van de rechthebbende niet ingevolge lid 2 kan worden achterhaald, dan zal bij het ontbreken van het adres het termineren van de termijn door aanplakking worden meegedeeld bij het graf en bij de ingang van de begraafplaats. De mededeling blijft aangeplakt tot het einde van de termijn van het grafrecht.

Verzoek rechthebbende

Artikel 18

  • 1. Een rechthebbende kan binnen twee jaren voor de afloop van de termijn schriftelijk verlenging van zijn rechten aanvragen voor een aansluitende termijn van tien jaren.
  • 2. Het bestuur zal een aanvrage ingevolge lid 1 inwilligen. Indien bijzondere redenen, zoals de ruiming van een gravenveld, de voortzetting van het grafrecht in de weg staan, zal een graf elders op de begraafplaats worden aangeboden, alwaar het grafrecht kan worden voortgezet. De kosten van de overbrenging van de stoffelijke resten komen voor rekening van het bestuur.

Voorwaarden voor verlenging

Artikel 19

  • 1. De verlenging van grafrechten wordt slechts verleend wanneer het onderhoud van het graf zich naar het oordeel van het bestuur niet bevindt in kennelijke staat van verwaarlozing en op de voorwaarden geldend op het tijdstip waarop de verlenging ingaat en volgens de alsdan geldende tarieven.
  • 2. het bestuur behoudt zich het recht voor de grafrechten, in zoverre geen gebruik tot begraven is gemaakt, niet te verlengen. In dat geval wordt de rechthebbende in de gelegenheid gesteld elders op de begraafplaats een grafrecht te vestigen.

Verlenging bij bijzetting

Artikel 20
Wanneer in een eigen (urnen-)graf, bestemd tot het begraven van meerdere overledenen een bijzetting heeft plaatsgevonden, wordt een lopende termijn van het grafrecht verlengd, indien daarvan tien of meer jaren verstreken zijn en wel met tien jaren, te rekenen vanaf de datum van bijzetting.

4 Einde van de grafrechten

Artikel 21
De grafrechten vervallen:

  • a. door het verlopen van de gestelde termijn;
  • b. indien de betaling van een overeengekomen verlenging van het grafrecht niet binnen een jaar na aanvang van de verlenging overeenkomstig artikel 38 van dit reglement is geschied;
  • c. indien de rechthebbende is overleden en geen aanwijzing en mededeling volgens artikel 13 heeft plaatsgevonden;
  • d. indien een terreingedeelte, waarin zich de (urnen-)graven bevinden, aan de bestemming van begraafplaats wordt onttrokken of wanneer de begraafplaats niet meer als zodanig wordt geëxploiteerd, overeenkomstig artikel 17 (16);
  • e. indien de aankondiging van het aflopen van de termijn van het grafrecht overeenkomstig artikel 17 bij het graf en bij de ingang van de begraafplaats aangeplakt is geweest en de rechthebbende gedurende die periode niet heeft gereageerd.
  • f. indien de rechthebbende het onderhoud van grafteken of beplanting verwaarloost en na sommatie weigert te doen herstellen of de herstelkosten te voldoen, overeenkomstig artikel 34;
  • g. indien de rechthebbende bij onderhandse verklaring afstand doet van een verkregen grafrecht. Wanneer nog geen gebruik werd gemaakt van het recht tot begraven kan een evenredige terugbetaling plaatsvinden.

5 Indeling van de begraafplaats en onderscheid van de graven

Indeling door bestuur

Artikel 22
Het bestuur behoudt zich het recht voor de aanleg en de indeling van de begraafplaats, de bestemming van de gravenvelden en het onderscheid in (urnen-)graven vast te stellen en te wijzigen.

Soorten graven

Artikel 23

  • 1. Het bestuur verleent rechten op het tijdelijk gebruik, respectievelijk medegebruik van:
  • a. een eigen familiegraf in een vak, waarop toegelaten worden graftekens van het betreffende model. Bijzetting van asbussen of urnen is toegestaan.
  • b. een eigen enkel of dubbel graf in een vak, waarop toegelaten worden graftekens van het model. Bijzetting van asbussen of urnen is toegestaan.
  • c. een eigen enkel of dubbel graf in een vak, waarop toegelaten worden graftekens na afzonderlijke goedkeuring. Bijzetting van asbussen of urnen is toegestaan.
  • d. een eigen kindergraf of een eigen graf voor een doodgeborene of een onvoldragen vrucht in een vak, waarop toegelaten worden graftekens na afzonderlijke goedkeuring. Bijzetting van asbussen of urnen is toegestaan.
  • e. een grafplaats in een algemeen graf voor doodgeborenen en onvoldragen vruchten. Bijzetting van asbussen of urnen is toegestaan.
  • f. een grafplaats in een algemeen graf. Bijzetting van asbussen of urnen is toegestaan.
  • g. een eigen urnengraf in een urnengravenveld;
  • h. een grafplaats in een algemeen urnengraf.
  • 2. De modellen graftekens worden omschreven in de voorschriften voor het toelaten van graftekens en grafbeplantingen, zoals voorzien in artikel 32.

Familiegraven

Artikel 24
Een familiegraf is bestemd voor het begraven van maximaal vier overledenen. Alleen de als rechthebbende ingeschreven persoon kan de personen aanwijzen, die na overlijden in een familiegraf mogen worden begraven of bijgezet.

Enkele graven

Artikel 25
In een enkel graf mag geen bijzetting plaatsvinden, tenzij van asbussen of urnen.

Dubbele graven

Artikel 26
Een dubbel graf is bestemd voor het begraven van twee met namen aangeduide personen. In een dubbel graf worden twee overledenen boven elkaar (niet naast elkaar) begraven.

Kindergraven

Artikel 27
In een kindergraf wordt een overleden kind begraven dat niet ouder was dan 12 jaar.

Eigen urnengraf

Artikel 28
In een eigen urnengraf kunnen een of twee asbussen worden begraven.

6 Asbussen

Bewaring van asbussen

Artikel 29

Asbussen kunnen op de begraafplaats bewaard worden door bijzetting:

  • a. in een bestaand graf;
  • b. in de urnenbewaarplaats van de begraafplaats.
  • b. in een algemeen urnengraf.

Recht op het bewaren van een asbus

Artikel 30
De artikelen 9 t/m 17 zijn van overeenkomstige toepassing voor degenen die een recht op willen vestigen op het bewaren van een asbus op de begraafplaats op een van de in artikel 29 genoemde wijzen.

Ruiming van asbussen

Artikel 31
Ruiming van een asbus na het vervallen van het recht op bewaren van de asbus geschiedt door verstrooiing van de as.

7 Graftekens en grafbeplantingen

Vergunning

Artikel 32
Het bestuur kan uitsluitend aan rechthebbenden vergunning verlenen om graftekens en/of beplantingen op eigen graven te doen aanbrengen. Deze moeten voldoen aan de Voorschriften voor het toelaten van graftekens en grafbeplantingen en grafkelders die door het bestuur zijn vastgesteld. Deze voorschriften worden op verzoek aan iedere belanghebbende door de beheerder verstrekt. De voorschriften betreffen o.m. de maximaal toelaatbare lengte van het grafteken: 1.85 meter, de maximale breedte: 0.80 meter en de maximale hoogte: 1.65 meter. Voor kindergraven ( tot 12 jr.) zijn de afmetingen respectievelijk 1.25 meter, 0.70 meter en 0.90 meter. De Graftekens en/of beplantingen, die naar het oordeel van het bestuur niet in overeenstemming zijn met deze voorschriften, worden door het bestuur geweigerd en kunnen na aangebracht te zijn door het bestuur op kosten van de rechthebbende worden verwijderd.
Goedkeuring voor het toelaten van nieuwe graftekens wordt vóór het plaatsen van het grafmonument schriftelijk door het bestuur aan de steenhouwerijen verleend nadat het bestuur een ontwerp tekening van het grafmonument ontvangen heeft m.v.v. de diverse afmetingen.
Rechthebbenden geven aan het bestuur stilzwijgend toestemming om aan de achterkant van de grafmonumenten een grafnummer te vermelden.
Niet-Christelijke afbeeldingen opgraftekens kunnen niet worden toegestaan.

Risico schade aan graftekens

Artikel 33
De graftekens blijven binnen de kaders van dit reglement volledig in beheer bij de rechthebbende. Het bestuur is niet verantwoordelijk voor de graftekens en/of voorwerpen, die zich op de graven bevinden. Schade aan dan wel veroorzaakt door een grafteken en/of voorwerpen op een graf, door welke oorzaak dan ook, alsmede vermissingen komen geheel voor rekening van de rechthebbend.

Graftekens en grafbeplanting

Artikel 34

  • 1. De graftekens en grafbeplantingen moeten ten genoege van het bestuur worden onderhouden door de rechthebbende. Onder behoorlijk onderhoud wordt mede verstaan het doen herstellen, vernieuwen of waterpas stellen van graftekens en/of beplanting.
  • 2. Wanneer naar het oordeel van het bestuur het onderhoud wordt verwaarloost zal rechthebbende schriftelijk worden gesommeerd dit herstel of onderhoud te doen plaatsvinden. Afschrift van deze sommatie wordt, als de rechthebbende onbereikbaar is, bij het graf en de ingang van de begraafplaats aangeplakt. Na een jaar is het bestuur gerechtigd ofwel het omschreven herstel of onderhoud op kosten van rechthebbende te doen plaatsvinden ofwel het grafteken en/of beplantingen op kosten van rechthebbende te doen verwijderen.

Wanneer rechthebbende verklaart deze kosten voor herstel, onderhoud of verwijdering niet te willen voldoen of wanneer rechthebbende deze kosten na uitvoering niet binnen drie maanden na factuurdatum aan het bestuur heeft voldaan of wanneer de rechthebben de in gene dele heeft gereageerd op de sommatie vervalt het grafrecht zonder dat een evenredige terugbetaling kan worden verlangd.

  • 3. De aangeplakte sommatie wordt eerst verwijderd indien de rechthebbende in het onderhoud voorziet of het grafrecht is vervallen.

Plaatsen, verwijderen, herplaatsen van een grafteken door rechthebbende

Artikel 35
Opdracht tot het plaatsen van een grafteken, tot het verwijderen van een grafteken voor een bijzetting en tot het herplaatsen daarvan na een bijzetting moet worden gegeven door de rechthebbende. Wanneer een verwijderd grafteken zich op de begraafplaats bevindt en niet binnen drie maanden na de bijzetting wordt herplaatst is het bestuur gerechtigd de delen daarvan van de begraafplaats te doen verwijderen en te doen vernietigen op kosten van de rechthebbende.

Tijdelijke verwijdering grafteken door beheerder

Artikel 36

  • 1. Indien het vanwege het beheer van de begraafplaats naar het oordeel van de beheerder nodig is kunnen het grafteken en/of de beplanting van het graf van een rechthebbende op last van en voor rekening van het bestuur worden weggenomen en kan op het graf tijdelijk zand worden gedeponeerd. De rechthebbende wordt hiervan tevoren in kennis gesteld.
  • 2. Verwelkte bloemen en ontsierde voorwerpen kunnen door de beheerder zonder voorafgaande waarschuwing van de graven worden verwijderd.

Verwijdering graftekens na einde grafrecht

Artikel 37
Binnen drie maanden na het eindigen van het grafrecht kunnen grafteken (inclusief fundament) en/of beplanting door de rechthebbende van het graf worden verwijderd. Indien de belanghebbende na verloop van drie maanden van deze mogelijkheid geen gebruik heeft gemaakt, is het bestuur gerechtigd grafteken en/of beplanting te doen verwijderen en te doen vernietigen op kosten van de rechthebbende.

8 Tarieven en onderhoud

Tarieven

Artikel 38

  • 1. Voor het vestigen en verlengen van een grafrecht en voor bijzettingen worden tarieven geheven.
  • 2. Het tarief voor het grafrecht is samengesteld uit:
  • a. een bedrag voor de werkzaamheden aan het (urnen-)graf;
  • b. een bedrag voor de huur van de grafruimte voor de duur van het grafrecht;
  • c. een bedrag ter bestrijding van de kosten van het door het bestuur uit te voeren algemeen onderhoud van de begraafplaats, voor de duur van het grafrecht;
  • d. een bedrag ter bestrijding van de kosten van verwijdering en vernietiging van het grafteken en/of de grafbeplanting na het eindigen van het grafrecht.
  • 3. Het bestuur stelt een afzonderlijke lijst op van de voor de begraafplaats geldende tarieven. Deze tarieven worden naar het oordeel van het bestuur telkenjare aangepast, na verkregen goedkeuring van de bisschop van Roermond.

Algemeen onderhoud

Artikel 39
Het bestuur zal zorg dragen dat de afrasteringen en/of ommuringen, de gebouwen, de paden, de groenvoorziening en de beplanting van de begraafplaats worden onderhouden. Tot dit onderhoud van de begraafplaats behoren de werkzaamheden aan de groenvoorziening en de beplanting op en onmiddellijk achter de graven, in zoverre deze niet overeenkomstig artikel 32 door de rechthebbende zijn aangebracht.

Beperking onderhoudsverplichting

Artikel 40
Het bestuur verplicht zich aan het in artikel 39 omschreven onderhoud te besteden maximaal de bedragen, die uit de tarieven op grond van artikel 38 voor onderhoud zijn verkregen en daarvoor per jaar beschikbaar zijn, alsmede eventuele van overheidswege daarvoor verkregen subsidies.
Deze beperking van de onderhoudsplicht geldt in het bijzonder na sluiting of gesloten verklaring van de begraafplaats.

Ruiming van graven en asbussen

Artikel 41
Het bestuur heeft het recht de (urnen-)graven en de in de urnenbewaarplaats bewaarde asbussen, waarvan de rechten meer dan drie maanden vervallen zijn, te doen ruimen, met in achtneming van de wettelijke termijn.

9 Overgangsbepaling

Artikel 42

  • 1. Indien de tijdsduur, welke in het verleden op de begraafplaats aan een grafrecht werd verbonden, niet meer aantoonbaar is vast te stellen, wordt deze door het bestuur bij het van kracht worden van dit reglement vastgesteld op 30 jaren. Het tariefonderdeel voor de grafhuur, zoals bedoeld in artikel 38, lid 2 sub b, is derhalve gedurende deze periode niet verschuldigd.
  • 2. Rechthebbenden met een grafrecht dat aantoonbaar voor onbepaalde tijd is verleend, zijn niet het tariefonderdeel verschuldigd voor de grafhuur, zoals bedoeld in artikel 38, lid 2 sub b.

10 Slotbepalingen

Sluiting van een begraafplaats

Artikel 43
Het bestuur behoudt zich het recht voor de begraafplaats voor begravingen en voor het bewaren van asbussen te sluiten of gesloten te doen verklaren. Uitsluitend de betalingen voor begravingen, waarvan nog geen gebruik is gemaakt, worden daarna door het bestuur aan rechthebbende gerestitueerd. Het bestuur is niet aansprakelijk voor opgravings- en overplaatsingskosten van resten en/of graftekens naar een andere begraafplaats.

Klachten

Artikel 44
Belanghebbenden kunnen omtrent feitelijke handelingen betreffende de begraafplaats bij het bestuur een schriftelijke klacht indienen. Het bestuur zal binnen dertig dagen na ontvangst van de klacht beslissen en de klager schriftelijk daarvan in kennis stellen.

Onvoorzien

Artikel 45
Voor de begraafplaats gelden de bepalingen van de Wet op de Lijkbezorging en aanverwante regelingen. Dit reglement wordt geacht daarmee niet strijdig te zijn.
In gevallen waarin dit reglement niet voorziet, beslist het bestuur.

Vervallen-verklaringen eerdere reglementen

Artikel 46
Het bestuur herroept de bepalingen en voorschriften van eerdere reglementen, de begraafplaats betreffende en stelt dit reglement daarvoor in de plaats.

Wijziging reglement

Artikel 47
Dit reglement heeft de goedkeuring van de bisschop van Roermond.
Het bestuur is gerechtigd dit reglement te wijzigen.
Wijzigingen in dit reglement behoeven eveneens de goedkeuring van de bisschop van Roermond.
De rechthebbenden worden van de wijzigingen in kennis gesteld.

Dit reglement is vastgesteld in de vergadering van het bestuur d.d 08-11-1994 en goedgekeurd door de bisschop van Roermond d.d. 12-01-1995 en van toepassing verklaard met ingang van 01-01-1995 en laatstelijk gewijzigd per 15-01-1997 bij schrijven 013/97/Sm.

Persoonlijke instellingen