H. Franciscus van Sales

Uit Parwiki

Ga naar: navigatie, zoeken
St. Franciscus van Sales St. Augustinuskerk

Franciscus van Sales werd geboren op 21 augustus 1567 op het slot Sales in Savoie. Als jonge man studeerde hij rechten en theologie in Parijs in 1582-88. Hier kwam hij onder invloed van het nieuwen calvinisme en hij raakte ervan overtuigd dat hij voorbestemd was voor de eeuwige verdoemenis. Toch bleef hij trouw aan de katholieke kerk.
Hij overwon deze sombere overtuiging door zijn heroïsche houding: "Als ik God dan niet in de eeuwigheid mag beminnen, dan kan ik Hem minstens hier op aarde uit alle kracht liefhebben". Hij kreeg plots weer vertrouwen in God door het bidden van het "memorare" voor een Maria-beeld.
Hij ging naar Padua waar hij zijn studies voortzette in 1589-91. Hij werd doctor in beide rechten.
Tegen de wil van zijn vader in werd hij priester in 1594. Hij meldde zich als vrijwilliger voor het gevaarlijke gebied Chablais (Z.-Frankrijk). Onder veel weerstand en grote offers kan hij deze calvinistische streek opnieuw evangeliseren.
In 1599 werd hij hulpbisschop van de bisschop van Genève die, gedwongen door de omstandigheden, te Annecy resideerde. In deze hoedanigheid reisde hij naar Parijs waar hij o.a. de H. Vincentius a Paolo (1581-1660) leerde kennen met wie hij voor de rest van zijn leven bevriend zou blijven.
In 1602 werd hij (32 jaar oud) bisschop van Genève. Ook hij moest noodgedwongen in Annecy resideren. Hij weigerde in te gaan op de uitnodiging van koning Henri IV om aan het hof te komen. Zijn motto was: "Heer, geef mij zielen en houd de rest!" Hij gaf onderricht in zijn kathedraal, was een begenadigd prediker, schrijver en harde werker. Hij bleef als bisschop, ondanks de gevaren (de calvinisten stonden hem naar het leven) zijn parochies bezoeken, ook in de bergen. Hij overleefde daarbij de nodige aanslagen op zijn leven.
In 1604 ontmoette hij H. Johanna Francisca de Chantal] (1572-1641) in Dijon. Zij was de zus van de aartsbisschop van Bourges, 32 jaar oud en sedert 3 jaar weduwe en moeder van vier kinderen. In 1610 stichtte hij samen met haar de Orde van de Visitatie in Annecy. Hij stierf onverwacht van totale uitgeputting op 28 december 1622 te Dijon. Hij ligt begraven in de kerk van de Visitatie in Annecy.
Hij werd zalig verklaard in 1661 en heilig verklaard in 1665 en tot kerkleraar uitgeroepen in 1877 omwille van zijn leer die hij m.n. uiteengezet heeft in "Introduction à la vie dévote" (Inleiding in het devote leven (ook bekend als Philothea)) en "Traité de l'amour de Dieu" (Verhandeling over de liefde tot God , (ook bekend als Timothea)). Pius XI riep hem uit tot patroon van de katholieke schrijvers.

De tekst van het “memorare” in het Nederlands.

Gedenk, o allermildste Maagd Maria,
dat het nog nooit gehoord is,
dat iemand, die tot U zijn toevlucht nam,
die om Uw hulp kwam smeken
en om Uw bijstand vroeg,
door U in de steek werd gelaten.
Gesterkt door dat vertrouwen kom ik tot U,
o Maagd der Maagden
en kniel hier voor U in mijn armzaligheid en zonde.
O Moeder van het woord, versmaad mijn woorden niet,
maar luister genadig en wil mij verhoren. Amen.

Persoonlijke instellingen