Orgels St. Augustinuskerk

Uit Parwiki

Ga naar: navigatie, zoeken

Het Pereboom & Leyser-orgel

Wanneer de vorige Sint Augustinuskerk (1459-1845) de beschikking kreeg over een orgel is niet duidelijk. In 1780 spreekt men van ”een jaargetijde zonder orgel”. In 1812 is er zelfs sprake van ”zes jaargetijden zonder orgel”, maar in 1814 spreekt men van ”drie jaargetijden met orgel”. Ook in 1828 is er sprake van ”een jaargetijde zonder orgel”. Het is niet duidelijk of men het te veel vindt om een organist ”anderhalve frank” en de orgelblazer ”een halve frank” te betalen of dat er al dan niet een orgel aanwezig is.

In 1874/1876 wordt het aanwezige orgel vervangen door een nieuw twee-manuaals orgel "in een ter plaatse aanwezige kas". De orgelkast komt kennelijk samen met de preekstoel en de communiebank uit de St. Servaaskerk van Maastricht. Daar werden zij rond 1804 gemaakt bij de heringebruikname van de kerk na de Franse perikelen. Het instrument zou reeds (onopgebouwd) in Elsloo zijn vanaf 1870.
Het huidige orgel is een van de waardevolste instrumenten in onze provincie, het werd in 1874 gebouwd door Pereboom & Leyser, orgelbouwers te Maastricht, 1850-1900.
Het “Grand Orgue”: 12 registers, werd in 1874 gebouwd. In 1875 werden het "Positif": 8 registers, in 1876 het vrij "Pédale": 3 registers, toegevoegd. Het orgel bezit verder 3 koppels en "Pédale séparée". Zowel aan de orgelkas als aan de dispositie en intonatie is de invloed van Franse orgelbouw te merken.
In 1965 werd het orgel gerestaureerd door de firma L. Verschueren uit Heythuysen onder opus 646. De koppels werden vervangen door pedaaltreden en "Pédale séparée" kwam te vervallen. Verder werden er geen wijzigingen aangebracht. In 1984 vond technisch herstel en reconstructie van de intonatie plaats. Het pijpwerk is origineel, het systeem is mechanisch.

Op 7 februari 1874 werd een nieuw orgel, zonder kas, bestaande uit Hoofdmanuaal, opgeleverd en in gebruik genomen voor f 2500.-. Om de kosten te drukken werden toen houten imitatiepijpen geplaatst in drie torens. Het orgel werd gebouwd in de neoclassicistische kast met beeldhouwersfront. Niet duidelijk is of deze kast aanwezig was of bij aankoop van het orgel werd gebouwd. Op 15 augustus 1875 werd een Positif geleverd voor f 900.- en op 18 oktober 1879 het vrij pedaal voor f 900.- De ingebruikname geschiedde door koster Lenssen.

Pereboom & Leyser orgel 1874
Pereboom & Leyser orgel 1874, speeltafel

Dispositie

Grand orgue
56 tonen C-g'''

Positif
56 tonen C-g'''

Pédale
27 tonen C-d'

Koppelingen

Bourdon 16'
Montre 8'
Flûte 8'
Viola di Gamba 8'
Bourdon 8'
Prestant 4'
Flûte 4'
Doublette 2'
Fourniture III
Cornet V (af c#’)
Trompette 8' (Bas/Haut af c’)
Clairon 4’

Bourdon 8'
Salicional 8'
Mélophone 8' (af c)
Flûte traverse 8’ (af c#’)
Prestant 4’
Flûte 4'
Dolcé 4'
Bassoon 8'

Montre 16'
Flûte 8'
Bombarde 16'

Grand orgue + Positif
Pédale + Grand orgue
Pédale + Positif

Met dank aan Piet Sniekers.
Bronnen:
  • G.M.I. Quaedvlieg, Orgels in Limburg, 2002.
  • F. Jespers, H. van Loo, T. Reijmaerdts, Pereboom & Leijser, Orgelmakers te Maastricht, 1998.
  • Externe link


Het koororgel

Verschueren orgel 1959, Pijpwerk boven sacristiedeur
Verschueren orgel 1959, Nieuwe speeltafel 1998
Het Unit-orgel "Mignon" met twee stamregisters van de firma L. Verschueren c.v. te Heythuysen uit 1959 komt uit de Mariakerk. Het was daar na de plaatsing van het nieuwe orgel in de zomer van 1997 overcompleet. Het werd in de loop van de maand november 1998 (na het plaatsen van het nieuwe hoofdaltaar) overgebracht naar de St. Augustinuskerk. De benodigde kabel ca 100 m veeladerige kabel was op 29 december 1997 reeds uit de vloer van de leegstaande kerk van de Martelaren van Gorcum (Sittarderweg, Heerlen) gehaald. De kabel was daar achtergebleven bij de overbrenging van het orgel van daar naar de Mariakerk in de zomer van 1996.

Toen het idee geboren werd om het kleine orgel in twee te splitsen (speeltafel in zijbeuk en pijpwerk boven) hebben we alsnog met veel moeite deze kabels uit de vloer gehaald. Deze zijn gebruikt om speeltafel (links in zijbeuk) en pijpwerk (boven sacristie) te verbinden. Bij het plaatsen van het altaar in de zomer van 1998 werden ondergrondse kabelgoten voorzien zodat deze verbinding onzichtbaar weggewerkt kon worden.
De speeltafel vormde oorspronkelijk één geheel met de orgelkast (met het pijpwerk). Wij hebben een tweedehandse omkisting weten te vinden en daarin het speelgedeelte ondergebracht, zodat dit los van het pijpwerk geplaatst kon worden.
In het midden van de orgelfront zat oorspronkelijk een houten vlechtwerk. Dit is vanwege het uitzicht vervangen door zeven valse pijpen, opgesteld in een boogsegment. Dit is een spontane gift van fa. Bèr Reijnen in 2016.

Externe link

Persoonlijke instellingen