Parochieblad:Archief 1996-01-20

Uit Parwiki


In de lezing van de afgelopen zondag (14 januari) uit de brief aan de Korintiërs sprak Paulus de Christenen aan als "heiligen". Ook al zijn wij geen van allen heiligen, toch zijn wij allen die gedoopt zijn geroepen tot heiligheid. En heiligheid betekent niet met een scheef hoofdje en gevouwen handen op een sokkel staan te bestoffen.

Heiligheid of volmaaktheid is niet iets zoetsappig. Het is iets voor moedige en edelmoedige mensen. Het is voor iedereen. Want iedereen is geroepen om God te dienen en om op deze manier zijn menszijn volledig te ontplooien. De heiligheid waar Paulus het over heeft is wellicht het best te vergelijken met de liefde die op aarde kan bestaan. Zoals geliefden bij elkaar willen zijn, zo zal hij voor wie God iets betekent voortdurend in het bewustzijn van Gods nabijheid willen en proberen te leven. Deze verbondenheid met God zal als het ware vanzelf zijn uitdrukking vinden in het gebed en in het meevieren van de sacramenten die de Heer ons zelf gegeven heeft.
Wij allen zijn geroepen om in ons leven gestalte te geven aan de roeping die wij allen bij ons doopsel ontvangen hebben om heilig te zijn zoals God. Want wij zijn uiteindelijk geschapen om te delen in Gods liefde en volmaaktheid. Sommige van Gods heiligen worden door de Kerk officieel erkend omdat zij Hem op een heldhaftige manier Hem gediend hebben en daarmee voor ons een voorbeeld kunnen zijn. Zij zijn voorbeelden van wat Gods genade kan bewerken in mensen. Krachtens ons doopsel zijn wij allen geroepen om Christen te zijn in hart en nieren, ieder op zijn eigen plaats, vaak in alle stilte, als vader of moeder in een gezin, misschien als priester of religieus, misschien in niet zelf gekozen omstandigheden als weduwe, weduwnaar, ongewild ongehuwde, zieke ... . Tot ons allen richt God zich en wij allen worden aangesproken door Paulus als heiligen. Als mensen die geroepen zijn om God na te volgen. Hierbij wil de Heer ons elke dag bijstaan en helpen.