Winandus van Meers of van Elsloo

Uit Parwiki

Ga naar: navigatie, zoeken

Inleiding

Over Winandus naar wie de kapel in Catsop (Elsloo) is genoemd gaan nogal wat verhalen en fantasieën. Hij wordt ook wel de heilige Winandus genoemd, maar zijn bestaan is allerminst zeker.
Om hier enige klaarheid in te scheppen hebben wij het originele bericht over Winandus opgezocht en geven we hier onze eigen vertaling. De originele tekst is van de cisterciënzer monnik Caesarius van Heisterbach (ca 1180-1240). De abdij Heisterbach lag in de huidige gemeente Oberdollendorf (Königswinter, D.), 10 km. ten zuiden van Bonn in het Siebengebirge. We vinden de tekst in Caesarius' boek Dialogus Miraculorum, (dist. 10, cap. 2) dat geschreven werd in 1219-23. (In de uitgave van J. Strange, Koblenz 1851, deel II. p. 218-9).
Een artikel over dit onderwerp: Jos. Habets, “Een woord over Wijnand van Elsloo en diens wonderbare reis naar Jerusalem. - 1180. ”, in: Publications de la Société d'Archéologie dans le duché de Limbourg, Maestricht, 1865, deel II, p. 145-159.


Over Winandus die binnen een uur van Jeruzalem naar het bisdom Luik werd overgebracht.

In een dorp in het bisdom Luik dat Elzelo (= Elsloo) heet, woonde een vrome leek, die Winandus heette. Hij was de oom van de moeder van onze monnik Winandus, die naar hem genoemd werd. Op zekere dag trok hij met een aantal mannen uit zijn omgeving op bedevaart naar Jeruzalem. Toen zij zich daar op paasdag na de plechtigheden van de missen klaarmaakten om naar huis terug te keren, sprak genoemde Winandus, zoals het een vroom man betaamt:
“Het past ons broeders dat wij op deze allerheiligste dag uitrusten, en alle gebedstijden bijwonen”.

Hij kon hen echter niet overtuigen. Terwijl zij zich naar de haven haastten, bleef hij achter, en woonde alle gebedstijden bij. De volgende dag ging hij hen ijlings alleen achterna. Onderweg ontmoette hij een persoon van grote eerbiedwaardigheid te paard die hem groette en zei:

“Waarom ben je hier zo alleen beste man en waar kom je vandaan?”

Hij antwoordde hem:

“Ik kom van Jeruzalem, en dit en dat is me overkomen.”

De man voegde daar onmiddellijk aan toe:

“Stijg op en ga achter me zitten, we zullen jouw gezellen snel volgen.”

Nadat hij dat gedaan had werd hij diezelfde dag bij bovengenoemde dorp neergezet, terwijl de ruiter zei:

“Weet je waar je bent?”

Hij antwoordde:

“Deze streek ken ik, maar wat er met me gebeurd is begrijp ik niet.”

De ruiter voegde hem toe:

“Omdat je Christus geëerd hebt, ben ik hierheen gestuurd om je terug te brengen. Kijk daar is je huis, ga en vertel de wonderlijke dingen van Hem die jouw te beurt zijn gevallen.”

Toen zijn bekenden hem zagen en vroegen:

“Waar zijn je reisgenoten?”,

antwoordde hij:

“Vandaag nog was ik in Jeruzalem. Gisteren hebben ze me daar verlaten om me vooruit te reizen.”

Omdat ze hem niet geloofden zeiden ze:

“Die oude man heeft zijn verstand verloren”.

Om aan de spot van zijn dorpsgenoten te ontkomen vertrok hij onmiddellijk met het geld dat hem dankzij de tussenkomst van zijn hemelse reisgenoot was overgebleven naar het graf van de zalige apostel Jacobus (= Santiago de Compostella) en nog voor zijn reisgezellen teruggekeerd waren keerde hij daarvan reeds terug. Zo werd hij door een dubbel getuigenis geëerd, nl. dat van de pelgrims die getuigden dat zij hem op paasdag in Jeruzalem achterlieten en van zijn dorpsgenoten die getuigden dat zij hem de volgende dag in Elzelo gezien hadden. Door beide groepen werd de Heer hoog geprezen, en men vertelde overal over deze grote wonderwerken.


Pas in de 15e eeuw wordt vermeld, wat overigens best kan, dat Winandus van Kleine Meers zou zijn. Het verhaal moet spelen ergens tussen 1150 en 1187, een periode waarin bedevaarders toegang hadden tot Jeruzalem. Of dit verhaal op waarheid berust? Te oordelen naar de rest van de sterke verhalen van Caesarius is dat niet erg waarschijnlijk. De bedoeling van zijn tekst, geschreven voor novicen van het klooster, was duidelijk: Je moet zon- en feestdagen heiligen!

Een foto-impressie, Winanduscyclus

In de Winanduskapel te Catsop wordt de legende op het plafond en op het antependium van het altaar uitgebeeld.

Plafond. Winandus wil niet met zijn gezellen vertrekken op paasdag.
Plafond. Winandus ontmoet de engel te paard.
Plafond. Winandus bij de engel op het paard.
Antependium. Winandus bij de engel op het paard.
Plafond. Winandus wordt hier (zie huidige kapel op achtergrond) door de engel afgezet.
Persoonlijke instellingen