Hoofdaltaar St. Augustinuskerk

Uit Parwiki

Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Hoofdaltaar St. Augustinuskerk, 2016
Hoofdaltaar St. Augustinuskerk

1 Voorgeschiedenis

Het eerste hoofdaltaar uit deze kerk is bij een binnenbrand op de voormiddag van 4 oktober 1893 in vlammen opgegaan. Het daarop volgende altaar van Leenaerts, werd pas geplaatst in 1918 en werd in 1964 bij de toenmalige beeldenstorm vernield. Van het Leenaerts-altaar zijn enkele onderdelen bewaard: de vier pilaren en het ingekorte altaarblad die samen het huidige offeraltaar vormen. Twee houten panelen bevinden zich in de zijmuur van het priesterkoor en vier gipsen engelen, die zich in opslag bevinden.
Na de "vernieling" in 1964 stond er een onooglijk altaar van drie opeengestapelde onderdelen van drie verschillende neogotieke altaren, die samen ca 2,5 m. hoog waren. De stijlen en maten van de onderdelen waren verschillend en pasten totaal niet bij elkaar. Dit "gedrocht" stond er tot in augustus 1998 het huidige hoofdaltaar geplaatst werd. Archiefbeelden

2 Oorsprong

Het huidige altaar is oorspronkelijk in opdracht van het kerkbestuur van de St. Petrus-parochie te Berlicum gebouwd in 1846-1847. Dit gebeurde waarschijnlijk met medewerking van de abdij van Berlicum. Het altaar werd kennelijk ontworpen rond het reeds bestaande en kostbare doek, dat rechtsonder gesigneerd is: Godefridus Maes, antverpia fecit 1696. Hoe men aan dit doek kwam is onbekend. Linksonder staan vaag een tweetal wapenschilden, waaronder volgens het parochie-archief van Berlicum de intussen onleesbare namen staan: Hugo Boger - Jan Walter. Van de schilder Godefridus Maes weten wij dat hij op 15 augustus 1649 gedoopt werd in Antwerpen en aldaar overleed op 30 mei 1700.
Het altaar is duidelijk gemaakt voor het halfronde priesterkoor van de waterstaatskerk uit 1837 van Berlicum. De houten beelden in het altaar komen uit het atelier van Jan Baptist en Pieter Jozef de Cuijper uit Antwerpen. Het timmerwerk wordt toegeschreven aan atelier J. Buijssen uit Boxmeer. Op de achterzijde van de top van het altaar is er een inscriptie, die zichtbaar was tijdens de verplaatsing in 1998, met de tekst: "1847 Gebr. de Cuijper".[1] Het hele altaar is van gepolychromeerd (=gemarmerd) hout.

3 Naar Maastricht

Mogelijk is de aanwezigheid van het St. Augustinusbeeld aanleiding geweest om het altaar in 1933 naar Maastricht over te brengen naar de St. Jozefkerk aan de Kesselkade. Dit was de kerk van de Augustijnen (in het Maastrichts: Awwe Stiene) die in 1796 verdreven werden door de Fransen. Deze kerk werd toen door de Fransen ontdaan van haar inventaris en was o.a. een tijdlang als school in gebruik. Pas in 1920 werd het gebouw weer als kerk in gebruik genomen. Het altaar van Berlicum kwam toen beschikbaar bij de uitbreiding van de St. Petruskerk aldaar in 1932. Bij de herinrichting van de Awwe Stiene werden toen o.a. het altaar en twee zij-altaren uit Berlicum gebruikt. In 1962 werd de kerk weer aan de eredienst onttrokken, m.n. omdat in de buurt waarin zij zich bevindt, vrijwel niemand meer woonde. De inboedel van de kerk bleef staan en het gebouw werd het repetitielokaal van de Maastrichter Staar.

4 Naar Elsloo

In 1998 wilde men een soort dancing onderbrengen in de intussen aan de eredienst onttrokken Awwe Stienekerk in Maastricht. Dit was de aanleiding voor het bisdom Roermond, eigenaar van het gebouw, om de inboedel weg te halen. Dank zij Peter te Poel die hierop toezicht hield hebben wij het altaar kunnen organiseren.[2] Nog voor er sprake was van de komst van een uitgangscentrum in dit kerkgebouw waren wij al geïnteresseerd in het altaar. Wij werden getipt door een aantal leden van de Maastreechter Staar, die zich ergerden aan het feit dat het altaar rond carnaval met ballonnen enz. versierd werd. De aanwezigheid van het St. Augustinusbeeld in het altaar trok hierbij extra onze aandacht.
Het (neo-)barokke altaar, in dezelfde stijl als de andere altaren in de St. Augustinuskerk, werd tussen 3 en 20 augustus 1998 door een dertigtal vrijwillig(st)ers o.l.v. pastoor Achten gedemonteerd, schoongemaakt, behandeld tegen houtworm, gerestaureerd en opnieuw opgebouwd. Het altaar is 12,5 m hoog en 7,10 m breed (dit is 1 cm lager en 2 cm smaller dan het koor van de St. Augustinuskerk). Het altaarstuk dat een flinke scheur vertoonde werd een jaar later door restauratie-atelier Limburg gerestaureerd.

Kruisafname, Godefridus Maes 1696

5 Het altaar zelf

5.1 Het doek

Het centrale doek van Godefridus Maes (1649-1700) is gesigneerd en gedateerd: Antwerpen 1696. Het stelt de kruisafneming van Jezus voor door Jozef van Arimatea, Nicodemus en een aantal andere leerlingen. Het dode lichaam van de Heer wordt aan Zijn Moeder gegeven. Links onder staat Maria Magdalena met de spijkers van de kruisiging en de doornenkroon in haar handen.

5.2 St. Augustinus en St. Norbertus

Het doek wordt omzoomd door twee heiligen: St. Norbertus (links) en St. Augustinus. Gezien het feit dat de parochie van Berlicum eeuwenlang afhing van de nabijgelegen norbertijnerabdij is het niet te verwonderen dat de H. Norbertus, de stichter van deze orde en St. Augustinus, wiens regel door de Norbertijnen gevolgd wordt, afgebeeld zijn.
De H. Augustinus van Hippo (354-430) (rechts) wordt afgebeeld als bisschop met een brandend hart (hier gedragen door een engel). Dit naar aanleiding van een van de beroemdste zinnen in zijn werk: “Gij hebt ons Heer naar uw beeld gemaakt, en ons hart is brandt (is onrustig) totdat het rust vindt in u!” Het andere engeltje boven zijn hoofd draagt een banderol met de woorden: "Te Deum laudamus" (U God loven wij). Hij is de patroon van onze kerk en van onze parochie. (feest 28 augustus) Het verhaal gaat dat St. Augustinus alternerend met St. Ambrosius alternerend het lied "Te Deum" zong bij zijn doop in Milaan in 387.
De H. Norbertus van Xanten (ca 1082-1134) wordt aan de linkerzijde afgebeeld met een monstrans, een kruisstaf en een mijter die boven zijn hoofd zweeft. Dit laatste omdat hij diverse keren geweigerd heeft om bisschop te worden. (feest 11 juli) Het engeltje boven zijn hoofd heeft een banderol met daarop "fide et patientia" (= met geloof en geduld). Het is zijn wapen, maar ook het wapen van de St. Michielsabdij in Antwerpen waar hij met zijn hervormingen begon. St. Norbertus is afgebeeld omdat hij de stichter van de Norbertijnen is, die dit altaar lieten bouwen.

Tabernakeldeur. Hoc est corpus meum. (Dit is Mijn lichaam) Rechts onderaan gesigneerd: Jos. Jonkergouw . s-'Bosch. Fecit.
Lam Gods op antependium (Het perspectief van dit reliëf is fout.)

5.3 De H. Drievuldigheid

Bovenin wordt het mysterie van de H. Drievuldigheid: Vader, Zoon en H. Geest afgebeeld. De Vader wordt afgebeeld met een wereldbol en rechts met het “alziend oog” in een driehoek. De Zoon wordt afgebeeld met het kruis waarop Hij voor ons gestorven is. De H. Geest wordt afgebeeld als een duif. Het hele altaar is één grote catechese-les: de Drieëne God zendt zijn Zoon die zichzelf overlevert aan het kruis en die werkelijk aanwezig is in de gedaante van brood in het tabernakel. De tombe is versierd met een medaillon, met daarin het Lam Gods op het boek met de zeven zegels uit de apocalyps (Ap. 5,1-6,17). Het perspectief van dit medaillon is compleet verkeerd en stoort daarmee bij de rest van het altaar.
Het tabernakel toont Jezus op de troon met de tekst van de consecratie "Hoc est Corpus meum" (Dit is Mijn Lichaam). Boven het tabernakel is er een draaitabernakel met vier vakken, een ervan is versierd met houtsnijwerk: een kelk met een stralende hostie.

Het altaar beschikt over een draai- of cilindertabernakel
Draaitabernakel gesloten, houtsnijwerk
Draaitabernakel Messing kruis op verhoging
Draaitabernakel Messing kruis
Draaitabernakel tijdens de aanbidding
Draaitabernakel gesloten, houtsnijwerk
Draaitabernakel Messing kruis op verhoging

6 Voetnoten

  1. Het hoofdaltaar van de kerk van Nederweert is van dezelfde maker.
  2. .J.M. van der Heijden, Berlicum: zwerftocht door het verleden, de beknopte geschiedenis van het kerkdorp Berlicum en de gehuchten Belveren, Middelrode en Kaathoven, Heemkundekring "De Plaets", 1982, 322-323.
    Wim van der Heijden, "Het neo-barok altaar van de R.-K. St. Petruskerk te Berlicum", in Rondom de Plaets. Kwartaaluitgave van heemkundekring 'De Plaets', Berlicum-Middelrode, 2000, I (jrg. 11), 27-30.
Persoonlijke instellingen