|
Op 8 december viert de Kerk het feest van Maria Onbevlekt Ontvangen. Maria werd zonder de gevolgen van de erfzonde in haar hart ontvangen in de schoot van haar moeder Anna.
Indien 8 december een zondag is wordt het feest op maandag 9 december gevierd.
Maria Onbevlekt Ontvangen
Op 8 december 1854 heeft paus Pius IX het dogma afgekondigd dat Maria "onbevlekt ontvangen" is: Maria is vrij van zonde vanaf het ogenblik dat haar moeder haar ontving. (Het gaat over de ontvangenis van Maria in de schoot van haar moeder Anna).
Maria is door Gods bijzondere genade vrij van de erfzonde. Zij is dat niet door eigen verdienste. Door een buitengewone genade deelde zij reeds -van te voren- in de verdiensten die Christus naderhand zou verwerven.
Het waarom hiervan is dat Maria waardig moest zijn om de Zoon van God te ontvangen.
|
In de H. Schrift
In de Schrift is dit dogma nergens expliciet geformuleerd. Impliciet kunnen wij het lezen in Gen. 3,15. Als wij deze tekst vertalen naar het origineel: "vijandschap sticht ik tussen u en de vrouw, tussen uw zaad en het hare: Het (zaad van de vrouw) zal uw kop bedreigen en gij zijn hiel". In de Apocalyps (12,9) wordt duidelijk dat deze slang de Satan is en dat Maria de vrouw is die bedoeld wordt in Gen. 3,15.
Bij de kerkvaders
In deze tekst hebben enkele kerkvaders (o.a. Ireneüs, Epifanius, Leo de Grote) dan ook als de volle (bovennatuurlijke) betekenis gezien: Jezus is het zaad en Maria is de vrouw. De overwinning van de vrouw uit de Apocalyps (= Maria) zou niet volmaakt zijn als zij onder de erfzonde (en zo onder de macht van de duivel) zou gestaan hebben. Ook de woorden van de engel tot Maria: "Verheug u, Begenadigde" (Lk. 1,28) en de woorden van Elisabet "Gij zijt gezegend onder de vrouwen en gezegend is de vrucht van uw schoot" (Lk. 1,42) suggeren dat. In de laatste tekst staat Maria's zegening parallel met de zegening van haar Zoon het kan suggereren dat zij vrij was van de erfzonde.
De kerkvaders leren niet expliciet dat Maria zonder zonde ontvangen is. Toch vinden wij deze leer impliciet in twee thema's die voortdurend voorkomen in hun werken.
- 1. Zij leren de absolute zuiverheid en heiligheid van Maria. St. Augustinus zegt bv. dat alle mensen zichzelf als zondaars moeten beschouwen "behalve de heilige maagd Maria, die ik terwille van de liefde Gods buiten beschouwing wil laten, als wij spreken over zonde". (De natura et gratia 36,42).
- 2. Zij spreken over Maria als de tweede Eva. Zoals Eva, nog vrij van de zonde kon kiezen voor of tegen God en helaas in naam van de hele mensheid voor het verkeerde koos zo heeft Maria later als tweede Eva, vrij van zonde, in naam van ons allen voor het Heil gekozen.
Deze opvattingen van de kerkvaders werden door het Christenvolk altijd gedeeld en kregen vorm in de Mariaverering. Maria is onze zus in de hemel, onze moeder, voorbeeld en voorspreekster.
Lourdes
Hier zij nog opgemerkt dat de verschijningen te Lourdes in 1858 (4 jaar na de dogma-verkaring) dit dogma onderstreept hebben. Daar maakte Maria zich bekend als "de Onbevlekte Ontvangenis".
|
De onbevlekte ontvangenis
490 Om Moeder van de Verlosser te zijn werd Maria "door God begiftigd met gaven die pasten bij een zo grote taak".[1] De engel Gabriël begroet haar op het ogenblik van de boodschap als "vol van genade".[2] Immers, om de vrijwillige instemming van haar geloof te kunnen geven bij de aankondiging van haar roeping moest zij geheel gedragen worden door Gods genade.
491 De kerk is zich door de eeuwen heen ervan bewust geworden dat Maria, door God "begenadigd" (Lc. 1,28), vanaf haar ontvangenis verlost was. Dat belijdt het dogma van de onbevlekte ontvangenis, door paus Pius IX in 1854 afgekondigd:
De gelukzalige maagd Maria is bij het eerste ogenblik van haar ontvangenis door een bijzondere genadegave en voorrecht van de almachtige God met het oog op de verdiensten van Christus Jezus, de Verlosser van het menselijk geslacht, gevrijwaard van elke smet van de erfzonde.[3]
492 Deze "luister van een uitzonderlijke heiligheid" waarmee zij "vanaf het eerste ogenblik van haar ontvangenis gesierd is",[4] verkrijgt zij geheel van Christus: zij is "met het oog op de verdiensten van haar Zoon op een meer verheven wijze verlost". [5] Méér dan elke andere geschapen persoon heeft de Vader haar "in de hemelen in Christus gezegend met elke geestelijke zegen" (Ef. 1,3). Hij heeft haar "in Hem uitverkoren vóór de grondlegging van de wereld, om heilig en vlekkeloos te zijn voor zijn aangezicht.[6]
493 De Kerkvaders uit de oosterse traditie noemen de Moeder van God "de geheel heilige" (Panaghia), zij vieren haar als "vrij van iedere zondesmet, als het ware gevormd door de heilige Geest en gemaakt tot een nieuw schepsel".[7] Door Gods genade is Maria heel haar leven lang vrij van iedere persoonlijke zonde gebleven.
|
Voetnoten
- ↑ LG (= Lumen Gentium) 56 vert. uit Lat.
- ↑ Lc. 1,28.
- ↑ DS 2803 (=Denzinger-Schönmetzer) vert uit Lat.
- ↑ LG 56, vert uit Lat.
- ↑ LG 53, vert. uit Lat.
- ↑ Ef 1,4.
- ↑ LG 56, vert. uit Lat.
|