DERDE ZONDAG VAN DE ADVENT (A) Eerste lezing Uit de profeet Jesaja (Jes. 35,1-6a.10)
Laten de woestijn en steppe zich verheugen,
laat de dorre vlakte jubelen en bloeien als een roos,
weelderig bloeien en jubelen,
uitbundig blij zijn en juichen.
De glorie van de Libanon wordt haar gegeven,
de luister van Karmel en Sjarón.
Zij zullen de glorie van de Heer zien,
de luister van onze God.
Geeft de slappe handen weer kracht,
maakt sterk de bevende knieën.
Zegt tot de kleinmoedigen:
“Weest sterk van hart, vreest niet!
Zie, uw God;
de wraak zal komen, de vergelding van God;
Hijzelf zal komen en u redden.”
Dan worden de ogen van de blinden ontsloten,
en zullen de oren van de doven geopend worden.
Dan zal de kreupele opspringen als een hert
en zal de tong van de stomme juichen.
Die door de Heer verlost zijn, zullen terugkeren.
Zij zullen jubelend komen naar Sion,
hun hoofd getooid met eeuwige vreugde;
zij zullen blijdschap en vreugde verkrijgen,
en droefheid en gejammer nemen de vlucht.
Tweede lezing Uit de brief van de heilige apostel Jakobus (Jak. 5,7-10)
Weest geduldig, broeders en zusters,
tot de komst van de Heer.
Zie, de boer wacht op de kostelijke vrucht van het land,
en is daarbij geduldig,
totdat het de vroege en de late regen heeft gekregen.
Weest ook gij geduldig en moedig van hart,
want de komst van de Heer is nabij.
Broeders en zusters,
klaagt niet tegen elkaar, opdat gij niet geoordeeld wordt.
Zie, de rechter staat voor de deur.
Broeders en zusters,
neemt een voorbeeld aan de lijdzaamheid en het geduld van de profeten
die gesproken hebben in de naam van de Heer.
Evangelie Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs (Mt. 11,2-11)
In die tijd hoorde Johannes in de gevangenis over de werken van de Christus,
en hij zond zijn leerlingen met de woorden:
“Zijt Gij de Komende, of moeten wij een ander verwachten?”
Jezus antwoordde hun:
“Gaat aan Johannes melden wat gij hoort en ziet:
blinden zien weer en lammen lopen,
melaatsen worden gereinigd en doven horen, doden staan op
en aan armen wordt het Evangelie verkondigd;
zalig is degene die geen aanstoot aan Mij neemt.”
Toen zij weggegaan waren,
begon Jezus tot de menigte te spreken over Johannes:
“Wat zijt gij naar de woestijn gegaan om te bekijken?
Een riethalm door de wind bewogen?
Maar wat zijt gij dan wél gaan zien?
Een mens in verfijnde kleding?
Die verfijnde kleding dragen,
bevinden zich in de paleizen van de koningen.
Maar wat zijt gij dan wél gaan zien?
Een profeet?
Ja, zeg Ik u, zelfs méér dan een profeet!
Hij is het over wie geschreven staat:
‘Zie, Ik zend mijn bode voor U uit, om voor U uw weg te banen.’
Amen, Ik zeg u:
onder hen die uit vrouwen geboren zijn,
is niemand opgestaan die groter is dan Johannes de Doper.
Niettemin is de kleinste in het Koninkrijk der hemelen groter dan hij.”
|